Geschiedenis Bullekerk

Het is 29 augustus 1647 dat een zekere Jacob Egh, “des avonts tussen zes en seven uren”, in een van de weilanden rondom de kerk zijn stier met een touw aan een paal bond. Het was een rode stier, “die wel schoon, dogh wat nors was.” Dit werd er niet beter op toen niet ver daar vandaan een aantal kinderen een vlieger op lieten en op een hoorn bliezen.

“Den stier getergt zynde vande jongens, brack syn zeel” (touw) en probeerde naar het weiland te lopen. Jacob daarentegen, trachtte het dier zo gauw als mogelijk weer vast te leggen, maar deed dat niet zachtzinnig: hij bediende zich van een bootshaak, “stelde high schrap, sloegh den stier op kop en neus, dattet bloedt ter neus en muyl uitgeloopen is” en werd nog “met stooten en slagen op syn lendenen vervolgt”. De gevolgen bleven niet uit: ” ‘t beest daar door als vergramt, keert sigh kort om en went sigh tegen de Hoeder, die tot lyf-bergingh een heftigen slagh op’t hoofd vanden stier braght”, zo hard, dat de bootshaak in stukken sprong. Hierdoor werd Jacobs lot bezegeld, want “soo haast het verstoorde beest dit vermerckte, quam hij sonder schroom aan, stiet de persoon met syn hoornen ter neder, heeft voorts met syn nek en met de gewighte des lichaams op hem aengestooten, ingedrukt en soo aangerant, dat de selve onmachtigh werde op te staan.”

Het komt er dus op neer dat de stier in zijn woede zijn werk grondig heeft gedaan. Zijn vrouw, Trijntje Jansdochter, die dit allemaal had zien gebeuren, snelde haar echtgenoot ten hulp, ondanks dat zij “op haar laatste grasjes liep”. Met andere woorden: binnen zeer korte tijd een kindje verwachtte. Maar het hielp allemaal niets, ondanks dat zij op haar beurt, eveneens met een bootshaak, geprobeerd heeft de stier weer tot rede te brengen.

Toen de stier “als de selve dit gewaar wierd, liet hy den man leggen en sett’er na de vrouw toe, nam haar op syn hoornen en om hoogh.” Dit had noodlottige gevolgen, aangezien de stier met de horens als het ware de keizersnede verrichtte. Toen de buren kwamen toegesneld, vonden zij ‘het kind, op het land in een plas water ghesmeten”. Enige uren later sterven Jacob en zijn Trijntje.

Het kind overleefd wonder wel: het heeft wat blauwe plekken op het gezicht, lichaam en benen. De zuigelingensterfte in die tijd was echter erg hoog, waardoor het jongetje uiteindelijk toch nog binnen het jaar, op 23 mei 1648 is overleden. Wat te doen met de stier? Schout en schepenen kwamen voor een speciale zitting bijeen en zij besloten, na rijp beraad, dat de stier in het openbaar ter dood zou worden gebracht, welk vonnis op 1 september 1647 werd voltrokken.

Recente reacties
    Archief
    Categorieën
    • Geen categorieën